Is meertaligheid nog een realistische verwachting?
Wie vandaag een vacature openklikt voor een administratieve of commerciële functie, ziet het nog vaak staan: uitstekende kennis van het Nederlands, Frans en Engels vereist. Zeker in Brussel en andere internationaal georiënteerde regio's lijkt drietaligheid nog altijd de norm. Maar hoe realistisch is die verwachting vandaag nog?
De vraag is relevanter dan ooit. Werkgevers zoeken talent in een krappe arbeidsmarkt, terwijl de talenkennis van Belgische bedienden al jaren onder druk staat. Tegelijk maken nieuwe technologieën het makkelijker om taalbarrières te overbruggen. Moeten organisaties hun verwachtingen bijstellen of blijft drietaligheid een essentiële skill?
De Belgische arbeidsmarkt blijft meertalig
België is en blijft een uniek land. We werken samen over taalgrenzen heen, bedienen klanten in verschillende talen en maken deel uit van een internationale economie. Het is dan ook niet verrassend dat meertaligheid nog steeds een belangrijke plaats inneemt op de werkvloer.
Uit ons onderzoek blijkt dat 81% van de Belgische bedienden regelmatig andere talen gebruikt tijdens het werk. Gemiddeld besteden zij daar zelfs bijna een derde van hun werktijd aan. Meertaligheid is dus geen luxe of extra troef maar voor veel professionals een dagelijkse realiteit.
Dat verklaart waarom werkgevers blijven zoeken naar kandidaten die meerdere talen beheersen. Zeker voor functies met klantencontact, internationale samenwerking of een coördinerende rol blijft talenkennis een belangrijke voorwaarde om succesvol te zijn.
De realiteit wordt steeds complexer
Tegelijk tonen dezelfde cijfers een opvallende evolutie. De kennis van het Nederlands, Frans en Engels als tweede taal is de afgelopen jaren sterk gedaald. Waar kandidaten vroeger vaker een niveau B2 haalden, blijft de gemiddelde taalvaardigheid vandaag rond of net onder B1 hangen. Dat betekent dat mensen zich kunnen redden in professionele situaties maar minder vlot complexe gesprekken voeren of genuanceerd communiceren.
Voor werkgevers creëert dat een spanningsveld. Enerzijds blijft de nood aan meertaligheid bestaan. Anderzijds wordt het moeilijker om kandidaten te vinden die moeiteloos meerdere talen beheersen op een professioneel niveau.
Wie vandaag dus vasthoudt aan zeer strikte taalvereisten, loopt het risico om een groot deel van de kandidaten over het hoofd te zien. Zeker voor knelpuntfuncties kan dat de zoektocht naar geschikt talent aanzienlijk vertragen.
Wat betekent meertaligheid juist?
Misschien ligt de oplossing niet in het loslaten van taalvereisten maar in het herdenken ervan. Want wat bedoelen we precies wanneer we spreken over een drietalige medewerker? Verwachten we iemand die in drie talen onderhandelingen kan voeren, complexe rapporten schrijft en presentaties geeft? Of zoeken we iemand die klanten correct kan verder helpen, interne communicatie begrijpt en vlot kan samenwerken met collega's uit verschillende taalgebieden?
Dat verschil is cruciaal. In de praktijk blijkt dat niet elke functie dezelfde taalvereisten heeft. Een management assistant die dagelijks contact heeft met internationale stakeholders zal andere noden hebben dan een administratief medewerker die vooral binnen een lokaal team werkt.
Steeds meer organisaties maken daarom een onderscheid tussen noodzakelijke en wenselijke taalcompetenties. Niet elke kandidaat moet perfect zijn in drie talen. Wel moet duidelijk zijn welke talen nodig zijn om de functie succesvol uit te oefenen, wanneer en op welk niveau.
De opmars van vertaaltechnologie verandert het speelveld
Ook technologie speelt een steeds grotere rol in dit verhaal. Uit ons onderzoek blijkt dat 85% van de Belgische bedienden gebruik maakt van vertaaltechnologie. Bijna een derde geeft zelfs aan er afhankelijk van te zijn. Vertaalapps en AI-tools helpen medewerkers dagelijks bij e-mails, documenten en internationale communicatie.
Dat betekent echter niet dat talenkennis overbodig wordt. Technologie kan ondersteunen, maar niet vervangen. Vertrouwen opbouwen met een klant, nuances begrijpen tijdens een vergadering of culturele gevoeligheden correct inschatten blijft mensenwerk. Bovendien moet iemand voldoende taalgevoel hebben om de output van vertaaltools kritisch te beoordelen.
Vertaaltechnologie verlaagt de drempel om in meerdere talen te werken, maar neemt de nood aan sterke communicatievaardigheden dus zeker niet weg.
Een realistische kijk op meertaligheid
Is drietaligheid dus nog een realistische verwachting? Voor sommige functies absoluut. Maar niet elke vacature vraagt dezelfde taalcompetenties. Toch zien we dat werkgevers soms vasthouden aan taalvereisten die ooit logisch waren, maar vandaag niet langer noodzakelijk zijn om succesvol te zijn in de functie. In een arbeidsmarkt waar geschikt talent schaars is, kan dat ervoor zorgen dat sterke kandidaten onnodig uit de boot vallen.
De uitdaging ligt daarom niet in het verlagen van de lat, maar in het scherp definiëren van wat echt nodig is. Welke talen gebruikt iemand dagelijks? Op welk niveau? En welke vaardigheden kunnen nog verder ontwikkeld worden op de werkvloer? Werkgevers die die oefening maken, vergroten niet alleen hun talentpool, ze creëren ook meer kansen voor gemotiveerde kandidaten met groeipotentieel.
Voor werkgevers is het dan ook belangrijk om transparant te communiceren over de taalverwachtingen binnen een functie. Wat is een absolute must, wat is mooi meegenomen en waar is er ruimte om te groeien? Die duidelijkheid helpt kandidaten om zichzelf beter in te schatten en zorgt voor realistischere verwachtingen langs beide kanten.
Bij Bright Plus zien we dagelijks hoe belangrijk die oefening is. Door eerst de werkelijke noden van een functie in kaart te brengen, wordt sneller duidelijk welke taalcompetenties essentieel zijn en welke ontwikkelbaar zijn. Zo ontstaat een realistischer beeld van het gezochte profiel, zonder in te boeten aan kwaliteit. Want de beste match ontstaat niet altijd door te zoeken naar de kandidaat die alles al kan, maar vaak door te kiezen voor iemand die de juiste basis heeft én de ambitie om verder te groeien. En daar staan we organisaties graag in bij.
Related articles